Venom: Let There Be Carnage (2021)

Recensie Venom: Let There Be Carnage CinemagazineRegie: Andy Serkis | 97 minuten | actie, avontuur | Acteurs: Tom Hardy, Woody Harrelson, Michelle Williams, Naomie Harris, Reid Scott, Stephen Graham, Peggy Lu, Sian Webber, Michelle Greenidge, Rob Bowen, Laurence Spellman, Little Simz, Jack Bandeira, Olumide Olorunfemi, Scroobius Pip, Amrou Al-Kadhi, Beau Sargent, Brian Copeland

Na de gebeurtenissen uit ‘Venom’ probeert Eddie Brock zijn leven als journalist weer op te pakken. Dat is echter geen sinecure. De symbiont die in zijn lichaam huist heeft namelijk andere verlangens: hij wil vooral jagen op slechteriken en zijn bijna onstilbare honger naar verse hersenen stillen. In het kader van zijn journalistieke werk, bezoekt Eddy de seriemoordenaar Cletus Kasady in de dodencel. Er gaat echter iets gruwelijk mis, waardoor Cletus ook materie van de symbiont opneemt en verandert in een moordzuchtige entiteit met bovenmenselijke krachten. Eddie en zijn alter ego Venom lijken de enigen te zijn die de ontspoorde moordmachine een halt kunnen toeroepen.

‘Venom’ werd in 2018 overwegend positief ontvangen, ondanks dat de film losstond van Venoms voornaamste stripvijand Spider-Man. Een vervolg was daarom gerechtvaardigd, ook al omdat superschurk Carnage in het eerste deel nog ontbrak. ‘Venom: Let There Be Carnage’ is een film die al vrij vroeg in de hoogste versnelling schiet en niet meer terugschakelt. Met een speelduur van slechts iets meer dan anderhalf uur, talloze actiescènes en een spervuur aan grappen en grollen, is het een doldwaze achtbaanrit.

Het verhaal, dat bij tijd en wijle net zo chaotisch is als het huiselijke leven van Eddie en zijn buitenaardse kompaan, focust zich vooral op de interne strubbelingen tussen de eigenzinnige journalist en het wezen dat zich afwisselend in en rond zijn lichaam ophoudt. De twee lijken soms wel een getrouwd stel en bekvechten over van alles en nog wat. De grootste uitdaging voor Eddie? Voorkomen dat zijn gezel toegeeft aan de honger naar verse mensenbreinen en de diep gekoesterde wens om de straten van San Francisco op een hardhandige manier te vrijwaren van schurken. Bergen chocolade (een lekkernij die blijkbaar een stof bevat die ook in hersenen zit) en vlees moeten de symbiont tevreden houden, maar dat lukt niet altijd.

‘Venom: Let There Be Carnage’ is een buitenissig allegaartje van filmtypen. Soms lijkt de film een tot leven gekomen comic minus tekstballonnen, terwijl de kijker op andere momenten het idee heeft dat hij naar een actiekomedie zit te kijken. Tegelijkertijd creëert regisseur Andy Serkis (de ongekroonde koning van het bolletjespak en vertolker van iconische filmfiguren als King Kong, Gollum en de superintelligente chimpansee Caesar), geholpen door het enthousiasme spel van Tom Hardy, ook een bizarre doch rasechte ‘bromance’. Hoezeer Eddie en zijn bij vlagen onsmakelijke kameraad ook met elkaar kibbelen: hun band wordt in de loop van de film steeds hechter. Gaandeweg het verhaal beseffen beide helften van de antiheld Venom meer en meer dat ze amper nog zonder elkaar kunnen. De tweede belangrijke verhaallijn, die zich focust op de relatie tussen Cletus Kasady/Carnage (aardige rol van Woody Harrelson) en diens geliefde Frances Barrison/Shriek, is een klassieke misdaadromance van het type ‘Bonnie and Clyde’ of ‘Natural Born Killers’: een in bloed gedrenkte liefde die een spoor van vernieling en een imposante stapel lijken achterlaat.

De grappen die Serkis en zijn schrijversteam op de kijker afvuren, zijn van wisselende kwaliteit: soms melig en flauw, maar geregeld afgewisseld met een humoristische precisieraket die vakkundig doel treft. Qua toonzetting schurkt ‘Venom: Let There Be Carnage’ tegen ‘Deadpool’ aan, zij het dat de humor en actie in die laatste film een scherper randje hebben. Omdat ‘Venom: Let There Be Carnage’ een rating van PG-13 heeft, is het een vrij brave film. Dat is wel jammer, aangezien Venom en Carnage zo’n beetje de bloeddorstigste figuren uit het Marveluniversum zijn. De film had wel een wat rauwer randje mogen hebben. De CGI is, zoals je van een film van dit type mag verwachten, uitstekend. Venom blijft een figuur met een enorme presentie op het scherm, maar wordt misschien wel overtroffen door Carnage. De rode symbiont is een fraaie creatie en het middelpunt van een paar spectaculaire actiescènes.

‘Venom: Let There Be Carnage’ voldoet zeker niet aan alle criteria voor hoogdravende filmkunst. Het rommelige en knotsgekke verhaal schiet soms alle kanten op, vooral om het pad te effenen voor de finale confrontatie tussen Venom en Carnage, toch de titanenstrijd waar het gros van de fans naar smacht. Wat het wel is? Een lekker ongecompliceerde, actierijke en visueel aantrekkelijke stripverfilming met een goed hart. De leuke postcreditscène suggereert dat we nog niet van Venom af zijn en dat de franchise in de toekomst wellicht een interessante nieuwe richting zal inslaan.

Frank Heinen

Waardering: 3

Bioscooprelease: 21 oktober 2021