War, Inc. (2008)

Regie: Joshua Seftel | 107 minuten | actie, komedie, thriller | Acteurs: John Cusack, Hilary Duff, Marisa Tomei, Joan Cusack, Dan Aykroyd, Sergej Trifunovic, Ned Bellamy, John McLaughlin, Montel Williams, Ben Kingsley, Lyubomir Neikov, Nikolay Stanoev, George Zlatarev, Bashar Rahal, Velislav Pavlov, Zahary Baharov, Doug Dearth, Ben Cross, Mark Roper, Andrey Slabakov, Joost Scholte, Velizar Binev, Davorka Tovilo, James Graves, Troy Rowland, Rachel O’Meara, Nick Harvey, Itai Diakov, Stanimir Stamatov, Georgi Gatzov, Mark Johnson, Krassimir Simeonov, Velizar Peev, Shirly Brener, Katerina Grableva, Sergio Buenrostro, Alex Brown, Attia Hosni Attia, Ivo Kehayov, Teodor Tsolov, Bill Cusack

Een satirische film over een huurmoordenaar met een geweten met John Cusack in de hoofdrol en bijrollen voor Dan Aykroyd en Joan Cusack? Dat doet meteen denken aan het bizarre en plezierige ‘Grosse Point Blank’. Jammer genoeg haalt ‘War, Inc.’ het niveau van de eerdere film niet, maar is het een wat chaotische janboel geworden, deels anti-oorlogsfilm, deels politieke satire, maar op beide fronten niet overtuigend genoeg om echt te kunnen bekoren. John Cusack doet zijn best als de cynische CIA-agent Brand Hauser, schreef mee aan het scenario en trad ook nog op producer, maar ondanks zijn overduidelijke talenten weet hij geen chocolade te maken van alle loshangende elementen.

Een satirische kijk en kritiek op het bedrijfsleven als aanjager van de oorlogsindustrie, de toestand in Irak, de discutabele rol van een voormalige vice-president (Aykroyd) – overduidelijk gebaseerd op Dick Cheney – en de invloed van dit alles op mensen, zijn stuk voor stuk interessante bouwstenen voor een film, maar de som van genoemde delen leidt helaas niet tot een goede film. De bijrollen zijn niet allemaal even goed bezet. Cusacks zus Joan, die al eerder zijn assistente speelde, kan zich aardig uitleven, maar Dan Aykroyd heeft een minieme bijrol als vice-president, die geen recht doet aan zijn komische vaardigheden. Ben Kingsley kan in een rolletje als de baas van Hauser weinig uitrichten en de vraag rijst waarom een acteur van zijn kaliber überhaupt zin heeft in zo’n onbeduidende rol. Het meeste tandengeknars zal echter worden opgewekt door Hilary Duff, die de popster Yonica Babyyeah speelt in twee modussen: woedend of verontwaardigd. Ze hanteert een soort van Russische accent (niet begrepen poging tot grap?) en irritante maniertjes, waardoor ze amper sympathie weet op te wekken. De namen van de karakters, zoals Hegalhuzen, Babyyeah, Ooq-Mi-Fay Taqnufmini en Omar Sharif – ja, echt – zijn misschien grappig bedoeld, maar komen zo in elk geval niet over. Misschien is de vergelijking met het frisse en absurdistische ‘Grosse Point Blank’ een oneerlijke, maar als een soort van onofficieel vervolg, zou je van ‘War, Inc’ meer mogen verwachten.

Aan Cusack ligt het niet, evenmin aan de altijd innemende Marisa Tomei als journaliste Nathalie Hegalhuzen, zij hebben duidelijk chemie samen. Het is de grappen die meestal niet werken en het absurdistische gehalte dat net te onrealistisch is om geloofwaardig te zijn. Een vereiste van satire in films is niet alleen dat het op zichzelf herkenbaar is, maar ook dat het herkenbaar is binnen de context past waar het in wordt geplaatst. Als het te veel uit de pas loopt met de realiteit, schiet het zijn doel voorbij. Dat gezegd hebbende, betekent niet dat alles mislukt is: integendeel, er zitten een aantal scherpe observaties in en een aantal sterke (visuele) grappen, die zeker goed zijn voor een waarderende grijns. En zo bevat ‘War, Inc’ een handvol goede scènes in een zee van gemiste kansen. Jammer, want er had zoveel meer in gezeten.

Hans Geurts